belegen puber
Het puistengedicht,
Ze glimmen en ze blinken, ze groeien en ze krimpen,
ze spuiten en doen pijn. Ze stinken en zijn klein,
nee, nee, een puist is echt geen gein.
Waar komen ze vandaan en waarom zijn het er zoveel?
Ze blijven ook maar groeien en zitten in je keel.
Wat jeuken ze ook erg en
krabben is niet goed
want eens een puist geopend en uit stroomt al het bloed.
Wat een gruwel, wat een ramp,
tenen krommend van de kramp.
En wanneer je dan de wanhoopsroep,
uitschreeuwt naar een groep,
krijg geen goed bedoeld advies,
of anekdotes van een kies.
Neen, ze roepen wat een joekel!
Wat een beest! Je leven is geweest!
Je hoofd lijkt wel een biet,
met al die puisten in het verschiet!
Wat een toestanden en ellende,
wat een ramp en wat een bende
en ieder die het ziet,
zal zeggen: ¨krab dat ding nou niet!¨
Ze zijn ze zo moeilijk te weerstaan,
en blijven irriteren tot zelfs de geduldigste
aan het krabben is gegaan.
Maar daarmee is de strijd nog niet gestreden,
want nu behoord slechts één puist tot het verleden,
ja, ja ik probeerde het te vermijden,
maar eens begonnen en je zult strijden.
Tot je hopeloos en verslagen ziet
hoe nu de nieuwe komen dagen.
even leek het over maar daar zijn ze dan al weer,
nog roder en nog pijnlijker, ook groter en veeeeeeeeel meer.