maatschappij
De dichter
Schop hem, sla hem, knijp hem in zijn nek.
Breek zijn hart, vermorzel zijn ziel,
laat hem gedumpt worden, haal hem kiel.
Verzuip zijn vis, vermorzel zijn spin,
aai zijn poes tegen de haartjes in.
Laat hem janken, laat hem lijden,
breek zijn benen en laat zijn rolstoel van een berg afrijden.
Schaaf zijn hoofd langs een muur,
dompel hem in een vat azijnzuur.
Zet hem uit zijn huis,
maak zijn moeder abuis.
Jat zijn auto, steel zijn pick-up,
maak het voor zijn ogen stuk.
Duw hem in het kanaal
en laat hem maar zwemmen als een weerloze garnaal.
Prik zijn voodoo iedere dag
en laat hem creperen onder davert gelach.
Wat je ook doet, toon geen medelijden,
want dat doet hem geen goed..
nee wacht tot hij is veranderd in een
snikkend hoopje mens en kom dan pas te gemoed
aan zijn laatste wanhoopswens,
geef hem een stukje papier en gerei
waarmee hij schrijven kan,
laat hem met rust en lees zijn werk dan.
Want alle leed is nu op papier gezet
in de mooiste sonnet.
Maar laat hem dit niet horen,
want alleen uit leed wordt kunst geboren.